Van een lelijk eendje naar een sierlijke zwaan en weer terug. Het overkomt de nikkelmarkt. Van 2007 tot en met 2015 kende de nikkelmarkt jaarlijks een overschot. De voorraden stegen, de prijs daalde. Vervolgens kreeg de markt van 2016 tot en met 2019 te maken met tekorten. In die tijd bloeide nikkel uit tot het favoriete metaal van veel investeerders. De groei van de vraag naar batterijen zou immers de behoefte aan nikkel sterk stimuleren. De prijs herstelde.

Nu Covid-19 de nikkelmarkt in zijn greep heeft, ziet het er allemaal minder mooi uit. De International Nickel Study Group liet onlangs weten dat de nikkelmarkt in het eerste kwartaal van 2020 weer met een overschot te maken heeft. Het overschot en de moeizame vraag maakt het weer uitdagend voor veel nikkelproducenten.

Roestvast rotsvast

Van al het nikkel gaat zo’n 70% naar de roestvaststaalsector. Het is al jaren de belangrijkste aanjager voor de vraag naar nikkel en daarmee een rots in de branding. Veel van dit roestvaststaal komt terecht in consumentenproducten. Denk aan elektronica, vervoer, huizen, verpakkingen en ook bestek. Voor dit laatste segment hebben collega’s van Citibank de effecten van Covid-19 doorberekend.

De golf aan sluitingen van restaurants in ontwikkelde economieën zou volgens Citibank een berg van ongewenst bestek veroorzaken. Als 20% van de restaurants zou sluiten, zou dit neerkomen op ongeveer 80.000 ton roestvaststaalschroot met 24.000 ton nikkel, aldus Citibank. Dit komt neer op circa 1% van de totale vraag naar nikkel. Een oplettende lezer van de DFT merkte echter op dat bij bestekschroot 18/8, het bestekschroot normaliter slechts 8% nikkel bevat. Dit komt neer op 6.400 ton. Nog veel minder dan wat Citibank concludeert. Kortom, allemaal niet echt schokkend dus.

Elektrische schok

De afgelopen vier jaar werd de vraag naar nikkel de hemel ingeprijsd. De snelle groei van de verkoop van elektrische auto’s en dus batterijen, zouden de vraag naar nikkel flink op weg helpen. Het is niet uitgekomen. Het aandeel van de vraag vanuit de batterijsector is nog steeds zo’n 4-5% van het totaal. De groei van de vraag naar nikkel voor batterijen was er wel, maar in een lager tempo dan waar investeerders van uitgingen.
Ik geloof nog steeds in een groeiverhaal. Kijk alleen maar naar de economische stimuleringspakketten van bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland voor het post-coronatijdperk. De focus is daarin sterk op het verder stimuleren van de productie van en vraag naar elektrische auto’s (EV).

Daarnaast is de groei van het aantal megafabrieken voor de productie van batterijen indrukwekkend. Volgens cijfers van Benchmark Mineral Intelligence zitten er wereldwijd nog zo’n 142 megafabrieken in de pijplijn voor de productie van EV batterijen. Momenteel zijn er al 67 actief en verwachten ze dat er tegen het einde van dit jaar nog 90 bij opgeteld kunnen worden. Toen dit instituut in 2014 begon met tellen waren het er nog maar 4. Met dit soort cijfers denk ik dat het sierlijke van de nikkelmarkt spoedig weer gaat terugkeren.

Deze column heeft op 22 juni in de Telegraaf gestaan onder de titel: ‘niet alles nikkel wat er blinkt’

 

Bron: ABN AMRO